"De toegenomen jobonzekerheid is wel degelijk problematisch"
Prof. Dr. Hans De Witte
#gezond

“We moeten af van de mythes en hypes over werk”

Beschrijf in één zin waarover je idee gaat

Het welzijn van medewerkers is een hot topic. Dat is een goede zaak, maar er circuleren nogal wat ideeën en aannames over het thema. “Die zijn helaas vaak gebaseerd op foute informatie. Het is van cruciaal belang dat we ons baseren op harde empirische evidentie”, vindt Prof. Dr. Hans De Witte.

Wie ben je en waar wil je naartoe met jouw idee?

Prof. Dr. Hans De Witte is hoogleraar arbeidspsychologie aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KU Leuven. “In een notendop ben ik vooral bezig met onderzoek naar de manier waarop mensen hun werk beleven en de aspecten van werk die daartoe bijdragen. Het gaat dan over thema’s als burn-out, arbeidstevredenheid, bevlogenheid,…”, legt hij uit.

Als wetenschapper ergert hij zich regelmatig aan foute berichten over topics uit de arbeids- en organisatiepsychologie. “Die zijn vaak gebaseerd op fout verzamelde informatie, komen ‘van horen zeggen’ of worden geponeerd door groepen die daar zelf belang bij hebben. Ik wil dan ook een lans breken om het debat te baseren op goede, solide empirische data. Bedrijven werken met meetbare KPI’s, laat ons dat dan op dit vlak ook doen. Dat is in het belang van iedereen: het beleid, bedrijven en medewerkers.”

"De toegenomen jobonzekerheid is wel degelijk problematisch"
Waarom heb je beslist om die richting uit te gaan? Welke stappen heb je reeds gezet?

De Witte haalt ter illustratie het thema burn-outs aan. “Ik hoor werkgevers soms ongenuanceerd zeggen dat een burn-out niet ontstaat door het werk, maar door een teveel aan vrijetijdsactiviteiten. Nochtans is de empirische evidentie duidelijk: een burn-out ontstaat door een extreme overbelasting op het werk. Oorzaak is het teveel aan werkeisen (zoals werkdruk), in combinatie met te weinig zogenaamde ‘hulpbronnen’ (zoals autonomie of sociale steun). De gezinssituatie heeft daar zeer weinig mee te maken. Integendeel zelfs: je recupereert beter naarmate je in je vrije tijd meer andere activiteiten ontplooit, omdat die andere capaciteiten aanspreken. Je thuissituatie kan dus zelfs helpen om een burn-out te voorkomen.”

Een ander voorbeeld dat De Witte aanhaalt, is de stelling die tijdens de eerste lockdown de ronde deed, namelijk dat er in het najaar van 2020 een tsunami aan burn-outs zou zijn. “Die tsunami is er niet gekomen. Sommige beroepsgroepen konden inderdaad meer kans maken op een burn-out. Denk maar aan mensen in de zorg: zij hadden te maken met een hogere werkdruk, een grote emotionele belasting en ‘rolconflicten’ waarbij ze bijvoorbeeld keuzes moesten maken tussen bepaalde patiënten. Daartegenover staat dat de werkdruk ook voor heel wat mensen gedaald was. Zij maakten eerder kans op een bore-out dan op een burn-out.”

Wat zijn de concrete doelstellingen van jouw idee en hoe plan je die aan te pakken?

Wat wel een feit is, is dat de coronacrisis een invloed heeft op de jobzekerheid van heel wat medewerkers. “Er zijn meer mensen die vrezen om hun job kwijt te spelen (dat is kwantitatieve jobonzekerheid) en ze hebben ook meer te maken met onzekerheid op het vlak van jobinhoud, locatie, collega’s,… (kwalitatieve jobonzekerheid). Ik hoor wel eens dat die toegenomen jobonzekerheid in se niet zo problematisch is. ‘Medewerkers zullen dan wat harder werken om zich te bewijzen’, is de redenering soms. Maar het omgekeerde is waar, blijkt uit onderzoek: jobonzekerheid is net heel problematisch. Voor een individu gaat het gepaard een verlaging van welzijn en gezondheid, en een grotere kans op burn-out. Het heeft ook op de organisatie een negatieve invloed. De houding van de medewerker in kwestie wordt negatiever. Hij of zij voelt zich minder betrokken, ervaart meer stress en voelt zich onheus behandeld. Dat heeft een invloed op de performantie. Met andere woorden: medewerkers die jobonzeker zijn, werken juist minder, en minder goed.”

Wanneer is jouw idee geslaagd?

“Laat ons dus vooral niet doen aan mythes en hypes”, stelt De Witte. “Laat ons eerst harde empirische data verzamelen voor we uitspraken doen. Daarvoor moeten we het concept dat we willen meten goéd meten, en met representatieve steekproeven die toevallig zijn samengesteld. Alleen zo verzamelen we solide evidentie waarop we het debat kunnen baseren”, besluit hij. Hij roept dan ook op om erg kritisch te kijken naar de resultaten van ‘snel-snel’ via het internet verzamelde gegevens.

____________________________________________________________________________________________________

Heb jij ook een concreet plan of sterke visie om onze maatschappij op een duurzame, gezonde of digitale manier te laten groeien? Deel jouw idee en kom in contact met potentiële partners die je hierbij kunnen ondersteunen.